De Atlantikwall
Het Hoe, Wat en Waarom van de Atlantikwall.
De aanleg van verdedigingswerken aan de kust ter bescherming van belangerijke havensteden stamt uit een veel vroegere periode dan de Tweede Wereldoorlog (WOII).
De eerste vormen van de "Atlantikwall" kwamen eigenlijk al tot stand in de Zomer van 1940.
Op dit moment had het Duitse leger de Franse en Belgische kust reeds veroverd en bereikt.
Het plan was om vanaf de kust een invasie op Groot Britannie uit te voeren. Dit omdat de Engelsen niet accoord gingen met de vredes aanbieding van de Duitsers. Oude batterijen uit de Eerste Wereldoorlog en oude Franse batterijen werden heringericht en in gebruik genomen, vooral in de omgeving van Pas de Calais. Vanaf de batterijen bij Calais werd met zeer zware artillerie Groot Britannie beschoten.
De reden waarom er voor Calais gekozen was, was uit strategisch oogpunt zeer helder. Ter hoogte van Calais bevind zich tussen Frankfrijk en Groot Brittanie het smalste stuk van de Noordzee, het kanaal. Na een wapenstilstand met in Juni 1940 bezette Duitsland de gehele Atlantische kust tussen de Noordkaap (het meeste noordelijke stukje van Noorwegen en Europa) en de Pyreneeen (Spanje). Hierna werd door Hitler besloten om over te gaan tot de invassie van Groot Britannie ( Operatie Seelowe ). De operatie werd aan het eind van de zomer 1940 afgelast nadat Duitsland de luchtoorlog om Groot Brittanie verloren had. Tijdens de luchtoorlog werden rondom Calais al diverse zware kustbatterijen gebouwd om de invassie vloot van Duitsland te ondersteunen.
Toen in de zomer van 1941 de slag om Rusland (operatie Barbarossa) minder voorspoeding verliep dan verwacht en ook de oorlog verklaard was aan de Verenigde Staten van Amerika, na de aanval op Pearl Harbor. Werd gevreesd voor een tweede front.
Op 14 december 1941 besloot Hitler om een kustverdediging te maken van permanente verdedigingswerken. In eerste instantie kreeg dit project de naam : "Neue Westwall".
In de zomer van 1942 waren de plannen voor de permanente kustverdedigingslinie gereed en werd de naam gewijzigd in "Atlantikwall".De eerste bouwperiode werd het "Winterausbauprogramm genoemd. Deze atlantische muur stelde veel minder voor dan dat de Duitse propaganda over wilde laten komen. In eerste instantie werden alleen de belangerijkste havensteden uitgebouwd met zware bunkers. Toen in de zomer slechts 50% van de geplande bunkers klaar was besloot men over te gaan tot het tweede bouwprogramma, genaamd: Neubauprogramm fur die standige Asbaue. Door het tekort aan grondstoffen (beton, ijzer etc) werd ook dit bouwprogramma niet het succes wat men verwachte.
Door in te springen op de tekorten aan grondstoffen werd overgegaan op een nieuwe tactiek, het Schartenbauprogramm. Alleen de essentiele functies werden overbunkerd, met name het geschut. Dit ook vanwege het toenemende aantal luchtaanvallen van de Geallieerden. In dit programma werden de bunkers kleiner en hadden maar een functie waardoor er minder grondstoffen nodig waren. Zo werden munitie en manschappen in bakstenen of dunwandige bunkers ondergebracht.
Aan het einde van 1943 toen Veldmaarschalk Erwin Rommel aangesteld was als inspecteur van de Atlantikwall kwam hij na vele bezoeken aan de atlantikwall tot de conclusie dat de belangerijke gebieden redelijk goed verdedigd waren, echter de gebieden hiertussen boden onvoldoende bescherming tegen een invassie. Hierdoor werd besloten om alle stranden langs de gehele kust vol te laten leggen met mijnen, strandversperringen en obstakels om vijandelijke landingen te voorkomen. Vanaf dat moment kon eigenlijk pas gesproken worden over een ononderbroken hindernis.
Op 1 mei 1944 starte het laatste bouwprogramma, het Gesamte Sommerausbauprogramm. Een groot deel van de bunkers bestond uit de zogenaamde 'kleinstande' (bunkers met 1 functie). Een groot deel van de bunkers werd uitgevoerd zonder de pantserdeuren en gassluizen, en ook de muren werden minder dik.
Omdat sommige locaties van strategisch groter belang waren, werden deze zwaarder uitgebouwd dan relatief onbelangerijkere locaties.
Hierdoor ontstonden de volgende verdedigingseenheden:
Widerstandsnester (W.N)
De kleinste zelfstandige infanteriesteunpunten, voorzien van loopgraven en prikkeldraad. Uitgerust met enkel lichte wapens.
Stutzpunkte (Stp)
Een stutzpunkt bestaat uit meerdere Widerstandsnester, uitgerust met lichte en zwaardere wapens.
Stutzpunktgruppen (Stp.Gr.)
Een combinatie van meerdere Widerstandsnesten en Stutzpunkte, geheel omringt door een een linie om een vijandelijke aanval af te weren. Gedacht kan worden aan tankversperringen zoals: tankgrachten, tankmuren draketanden of spoorstaven. Deze linie werd verdedigd door infanterie met mitrailleurs , vlammenwerpers en mortieren. Stutzpunktgruppen waren gecreerd op locaties van minder grote strategische waarde, bijvoorbeeld kleinere havens, bruggen, kustbatterijen en vliegvelden.
Verteidigungsbereich (V.B.)
In principe eenzelfde opbouw structuur als een Stutzpunktgruppe, maar hier betrof het de verdedigng van strategisch belangerijke locaties zoals de vaarwegen naar belangerijke havens.
Festungen
De opbouw van een vesting verschilde in het algemeen niet zozeer van een Verteidigungsbereich, echter het grote verschil wat er was, was dat een Festung van groot
Strategisch belang was. De festung moest dan ook tegen welke prijs dan ook behouden en verdedigd worden, tot de laatste man.
Freie Kuste
De stutzpunktgruppen, verteidigungsbereiche en Festungen, die direct aan de kust lagen hadden een zeefront en een landfront. De kustlijn tussen deze zeefronten in werden Frei Kuste genoemd. Deze werden verdedigd door afzonderlijke Widerstandsnester en Stutzpunkte.
Het gedeelte wat uiteindelijk als allerzwaarste uigebouwd is met enorme batterijen en verdedigingswerken is de omgeving van Nord Pas de Calais. Dit omdat bijna de gehele Duitse legerleiding de invasie hier verwachten, dit met als reden de eerder genoemde korte afstand tussen Groot Brittanie en Frankrijk.
Dit in tegenstelling tot Normandie waar uiteindelijk de invasie plaats vond. Dit gebied bestond enkel uit Widerstandsnester en Stutzpunkte. Niemand verwachte hier een invasie daar er geen haven voor de ontscheping van voorraden en materieel was.
Het verhaal van mensen over de enorme hoeveelheid bunkers die zei in Normandie gezien hebben is dus altijd met een korreltje zout te nemen. Op zich is dit niet vreemd, daar de meeste bunkers in de omgeving van Normandie vandaag de dag omgebouwd zijn tot museum of monument en de echte grote batterijen van andere locaties vaak verscholen liggen in de duinen en niet toeristische plekken of simpelweg verdwenen zijn. Echter wanneer men op zoek gaat naar overblijfselen op bepaalde locaties waar zich een Festung of Verteidigungsbereich bevond zul je het bovenstaande beamen.
Propaganda affiche van de Atlanikwall.